Trinidad, vrijdag 27 juni 1941 27-06-1941
Liverpool - Port of Spain (Trinidad)
Weer een duikboot gesignaleerd
Vrijdag 27 juni 1941 Het is nu vier uur ’s ochtends en ik kom net van de wacht af, van de brug. Toen ik om middernacht op de hondenwacht kwam, schemerde het nog. Maar na een uur werd het donker en al snel was het pikdonker zodat het steeds opletten geblazen was om je plaats in het konvooi te houden. In het Engels heet dat station keeping. Deze keer zijn we nummer 52 in het konvooi, dat is het tweede schip in de vijfde kolom, vlak achter de commodore, dus dat vaart weer wat gemakkelijker. De commodore is de leider van het konvooi. Het is meestal een gepensioneerde marineofficier of een reserve-marineofficier. Je loopt hier natuurlijk steeds met al je papieren bij je in je borstzak, het nieuwe model zwemvest om met fluitje er aan, en de stalen helm en kijker bij de hand. Ik hoorde van Bogert toen ik hem om middernacht afloste dat er gisterenavond op zijn wacht weer een duikboot was gesignaleerd. Dit keer aan de buitenkant van het konvooi, aan stuurboordzijde. Maar deze nacht gebeurde er niets, net als de vorige nacht. Hoewel ik wel gehoord heb dat er soms, zelfs in een vrij donkere nacht, toch nog schepen zijn getorpedeerd. Overdag schijnen ze niet goed meer te durven.
De afgelopen maanden zijn er zware scheepvaartverliezen geleden. In mei gingen achtennegentig schepen verloren, samen 461.000 ton. Het betrof drieënzeventig Britse, twintig geallieerde en vijf neutrale schepen. Maar ik heb zo’n idee dat de Engelsen die duikboten nu gauw onder de knie hebben en ook spoedig de bommenwerpers de baas zullen zijn. Als we hier straks, omstreeks januari, terugkomen zal het heel wat veiliger zijn. Maar nu ga ik slapen, natuurlijk helemaal gekleed te kooi.
In het begin van het konvooivaren werd er veel gezigzagd, bijvoorbeeld zes maal per uur twintig tot vijftig graden koers veranderen. Er werd dan een speciale zigzagklok gebruikt, waarbij om de zoveel tijd een belletje rinkelde om aan te geven dat de koers moest worden aangepast. Nu wordt een paar malen per dag de koers veranderd. Dit heet evasive steering. Ook werd tegen donker worden nog wel eens koers veranderd en werd, als het een keer donker was, de oude koers gestuurd. Dit allemaal om de vijand te misleiden.
Vanavond gaat het konvooi uit elkaar. In het Engels heet dat to disperse, dat is verspreiden. Een ieder gaat op eigen gelegenheid verder naar zijn bestemmingshaven. Voor ons is dat Trinidad waar we olie gaan bunkeren. Vanochtend was er een dikke mist zodat we de andere schepen uit het oog verloren. De mistboeien werden uitgevierd ten behoeve van de achterop komende schepen, die moeten daar dan dicht achter blijven varen. Vanmiddag klaarde het weer op en werd het warmer weer. De klok gaat de eerstkomende drie tot vier dagen ’s nachts telkens een uur achteruit om zo weer de goede zonnetijd te krijgen.
Zaterdag 28 juni 1941 Gisterenavond ging het konvooi toch nog niet uit elkaar omdat er een onderzeeboot ten westen van ons was gerapporteerd. Om elf uur vanochtend gebeurde dit alsnog en we seinden elkaar met vlaggenseinen een goede reis. Gistermiddag seinde de commodore met de aldislamp het volgende bericht naar ons: To Master. I am reporting you for excellent station keeping and skilful handling on two occasions, please report name master and company. Dat betekent: Aan de gezagvoerder. Ik rapporteer u voor uitstekend station houden en bekwaam manoeuvreren bij twee gelegenheden. Verzoek om naam gezagvoerder en maatschappij. Dus de Engelsen hebben wel een heel hoge dunk van de Nederlandse koopvaardij.
Enfin, we gaan nu alleen verder. We zijn ongeveer zeshonderd zeemijl ten westen van Quessant. Eerst moeten we nog geregeld zigzaggen. Dat is dus toch weer in gebruik voor alleenvarende schepen in gevaarlijk gebied. Het wordt nu elke dag mooier weer: we gaan de tropen tegemoet. De Hollandse radio vanuit Londen zegt dat de politie alle huizen in Nederland nazoekt op koper en alle zolders leeghaalt, zogenaamd tegen brandgevaar. Ik ga nu weer gewoon slapen, in pyjama.
Doneer!
Vrijdag 27 Juni 1941. Het is nu 4 uur 's ochtends en ik kom juist van wacht af van de brug. Toen ik te middernacht op wacht kwam voor de hondewacht, was het nog licht 104 van de schemering, maar om 1 uur werd het donker, en weldra was het pikdonker zoodat het steeds opletten was om je plaats in het convooi te houden (“station-keeping” heet dat in ‘t Engelsch), maar deze keer zijn we nr. 52 (d.i. de 2e boot in de 5e kolom) vlak achter de Commodore (dat is de leider van ‘t convooi, meestal een gepensioneerd marine-officier of een reserve-marine officier), zoodat dat weer gemakkelijker is. Je loopt natuurlijk steeds met al je papieren bij je in je borstzak, en het nieuwe model zwemvest met fluitje er aan, om. Stalen helm en kijker steeds bij de hand. [1] Ik hoorde van Bogert toen ik hem te middernacht afloste, dat er gisterenavond op zijn wacht weer een duikboot gesignaleerd was, nu aan de buitenkant van het convooi, aan stuurboords zijde. Maar deze nacht gebeurde er niets, evenmin als vorige nacht; ofschoon ik wel hoor dat soms met vrij donkere nacht toch nog schepen 105 getorpedeerd zijn. Overdag schijnen ze niet goed meer te durven.
De scheepvaartverliezen zijn de laatste maanden zeer ernstig geweest, b.v in Mei 98 schepen met 461.000 ton; namelijk 73 Britse (355,000 Ton), 20 gealliëerde (92.000 T) en 5 neutrale (14.000 T). Maar ik heb zoo'n idee dat de Engelschen die duikbooten nu gauw onder de knie hebben, en ook spoedig de bommenwerpers baas zouden zijn; als wij straks omstreeks Januari terugkomen zal het hier heel wat veiliger zijn.- Maar nu ga ik slapen, natuurlijk geheel gekleed te kooi.-
In ‘t begin van convooivaren werd veel gezigzagd, b.v. 6 maal per uur 20 graden à 50 graden koers veranderen, maar dat is nu afgeloopen. Er werd dan een speciale “zigzagklok” gebruikt met contacten op de verschillende minuten, de groote wijzer raakte dan zo'n contact en dan ging er een belletje om koers te veranderen. Maar nu wordt eenige malen per dag koers veranderd; en in ons vorige convooi elke 2 uren, dit heette dan “evasive steering”. Ook wel werd tegen donker koers veranderd, en als het donker was weer de oude 106 koers gestuurd, dit alles om den vijand te misleiden.-
Vanavond (27 Juni ‘41) gaat het convooi uit elkaar (to disperse = verstrooien) en ieder op eigen gelegenheid verder, naar zijn bestemmingshaven, dat is voor ons Trinidad waarbij olie gaan bunkeren. Vanochtend was er een dikke mist, zoodat wij de andere schepen uit het oog verloren, en de schepen hun mistboeien uitvierden, waar hun opvolgers dan dicht achter moeten blijven varen. Vanmiddag klaarde het weer op en werd het warmer weer. De klok gaat de eerste 3 of 4 dagen telkens 's nachts 1 uur achteruit, om weer de goede zonnetijd te krijgen.
Zaterdag 28 Juni 1941. Gisterenavond ging het convooi nog niet uit elkander daar er een onderzeeboot beWesten gerapporteerd was. Vanochtend 11 uur ging het convooi tenslotte uit elkaar, wij seinden elkaar met vlaggeseinen “goede reis.” Gistermiddag seinde de commodore het volgende bericht met de aldis-lamp naar ons: “To Master. I am reporting you for excellent station keeping and skilful handling on two occasions, 107 please report name master and company” (“Aan den gezagvoerder: ik rapporteer U voor uitstekend station houden en bekwaam manoeuvreren bij twee gelegenheden. Verzoeken naam gezagvoerder en maatschappij”). [2] Dus de Engelschen hebben wel een zeer goede dunk van de Nederlandse Koopvaardij.-
Enfin nu gaan we alleen verder, we zijn ongeveer 600 zeemijlen bewesten Quessant. Eerst is het nog geregeld zigzaggen. Het wordt nu elke dag mooier weer, wij gaan de tropen tegemoet. De Hollandsche radio van London zegt dat de politie alle huizen in Nederland na zoekt naar koper, en de zolders leeghaalt, zoogenaamd tegen brandgevaar.- Zigzaggen is dus toch weer in gebruik voor alleen varende schepen in het gevaarlijke gebied. Ik ga nu weer gewoon slapen, in pyjama.
[1] Een mes in schede om aan je broekriem. En een koffertje klaar om mee te nemen met warme kleeren, en papieren.
[2] Zie blz. 332!