Port of Spain, dinsdag 1 juli 1941 01-07-1941
Liverpool - Port of Spain (Trinidad)
Zonnebaden
Dinsdag 1 juli 1941 Vandaag begon de tweede helft van 1941. Het was ook het begin van de Nederlandse uitzending voor zeevarenden vanuit Londen, de Brandaris genaamd. Het was een plechtig moment: het Wilhelmus werd gespeeld en er was een ontroerende toespraak. Als ik de radioberichten goed begrijp, denk ik dat uw mooie koperen wasketel ook wel zal zijn weggehaald door de Duitsers.
Zaterdag 5 juli 1941 Vanmiddag kruiste een Amerikaans schip onze koers. We gaven hem flink de ruimte, het mocht eens een vermomd Duits kaperschip zijn.
Zondag 6 juli 1941 Het is al een paar dagen het heerlijkste tropenweer, zodat we kunnen gaan zonnebaden om bruin te worden. Ik ben luchtpostbrieven aan het schrijven om uit Trinidad te verzenden naar Spalding en Hilda. Ik heb aan Hilda gevraagd of ze u wil schrijven dat ik het goed maak. Dit omdat ik niet te vaak naar u durf te schrijven.
Woensdag 9 juli 1941 Ik had de afgelopen nacht op de hondenwacht nog een paar goede maans- en stersbestekken. Daaruit bleek dat we een sterke westelijke stroom hadden gehad die ons ten westen van Tobago zou hebben gezet. We veranderden koers en toen het dag werd, kregen we een in regen gehuld Tobago in zicht. We stoomden vervolgens, in regenbuien, langs de noordkust van Trinidad en lagen om vier uur ’s middags voor anker voor de rede van Port of Spain. Daar hebben we op orders gewacht.
Donderdag 10 juli 1941 Vanochtend ben ik met de kapitein de wal opgegaan, naar de agent, de naval control en de ship handler. Trinidad is een mooie, moderne stad met geasfalteerde straten, mooie gebouwen, winkels en veel auto’s. De bevolking bestaat voornamelijk uit kleurlingen, zwarten en een paar blanken. We aten lekker in Hotel de Paris: hoe zou u het thuis hebben met eten? Ik had m’n tropenpakje uit Colombo aan en dat kwam, omdat het net de warmste tijd van het jaar was en smoorheet, goed van pas. Daarna weer terug naar boord en om vier uur ’s middags vertrokken we naar de oliehaven San Fernando waar we om zes uur aankwamen. Vanavond heb ik toch maar een brief naar u geschreven, dan weet u toch dat ik het goed maak.
Vrijdag 11 juli 1941 We kwamen om drie uur ’s middags langszij bij de oliepier. Het plaatsje waar al die olietanks liggen, heet eigenlijk Pointe-à-Pierre. We laadden hier stookolie en water en daarmee waren we tegen middernacht gereed. Om twee uur ’s nacht vertrokken we weer naar Port of Spain, waar we om vier uur ankerden. Die ochtend ben ik met de kapitein weer de wal op geweest. Hij ging naar de naval control en ik naar de barbier. Ook kocht ik nog vierentwintig badhanddoeken voor het schip.
Zaterdag 12 juli 1941 Om twee uur vanmiddag vertrokken uit Port of Spain. Ik had hier nog drie singlets en een zonnebril gekocht. En een serie ongestempelde postzegels bij het GPO, het general postoffice of hoofdpostkantoor, gevestigd in een heel groot, modern gebouw.
Doneer!
Dinsdag 1 Juli 1941. Vandaag begon het 2e halfjaar van 1941, en tevens de “Nederlandsche uitzending voor zeevarenden” vanuit London, genaamd “de Brandaris”; het was plechtig met het spelen van het Wilhelmus en een ontroerende 108 toespraak. Ik veronderstel dat Uw mooie koperen waschketel ook al is weggehaald door de Duitschers als ik de radioberichten goed begrijp.
Zaterdag 5 Juli 1941. Vanmiddag kruiste een Amerikaansch schip onze koers, maar wij gaven hem flink de ruimte, het mocht eens een vermomd Duitsch kaperschip zijn.
Zondag 6 Juli 1941. Het is al eenige dagen het heerlijkste tropen weer, zoodat we gaan zonnebaden om bruin te worden. Ik ben vliegbrieven aan het schrijven om uit Trinidad weg te sturen naar Spalding en naar Hilda. Ik heb in Hilda 's brief gevraagd of zij U wil schrijven dat ik het goedmaak, omdat ik niet te dikwijls naar U durf schrijven.
Woensdag 9 Juli 1941. Had de afgeloopen nacht op de hondewacht nog een paar goede maans-en stersbestekken waaruit bleek dat we een sterke We stroom gehad hadden, die ons beWesten Tobago-eiland zou gezet hebben, zoodat wij koers 109 veranderden en bij dagworden Tobago in zicht kregen, in regen gehuld. Daarna stoomden we langs de noordkust van Trinidad, met regenbuien; en kwamen des n.m. te 4 uur ten anker ter reede Port of Spain. Alhier op orders gewacht. Den volgenden ochtend ben ik met de kapitein de wal opgegaan, naar de agent, de naval control en de ship-chandler. Het is een mooie moderne stad met geäsfalteerde straten, mooie gebouwen en winkels, veel auto's. De bevolking zijn meest kleurlingen, en negers en eenige blanken. Wij aten lekker in de stad in “Hotel de Paris” (hoe zou U het thuis hebben met eten?), ik had mijn tropenpakje uit Colomb.o (zie bldz. 63) aan, hetgeen goed tepas kwam daar het smoorheet was; het was juist de warmste tijd van het jaar. Daarna terug naar boord en te 4 uur n.m. vertrokken wij naar de oliehaven San Fernando, alwaar wij te 6 uur n.m. arriveerden. (10 Juli). Vanavond heb ik toch maar 110 een brief geschreven naar U, dan weet U toch dat ik het goed maak!
Wij kwamen Vrijdag 11 Juli te 3 uur n.m. langszijde van de oliepier; dit plaatsje waar al die olietanks zijn, heet eigenlijk Pointe-à-Pierre. [1] Wij laadden hier stookolie en water, waarmee wij tegen middernacht gereed waren. Vertrokken te 2 uur v.m. naar Port of Spain terug, alwaar wij 4 uur v.m ankerden. Ik ging 's ochtends met de kapitein de wal op, hij naar de naval control, en ik naar de barbier, en 24 badhanddoeken gekocht voor het schip. Te 2 uur n.m. van Zaterdag 12 Juli 1941 vertrek uit Port of Spain. Ik had nog drie singlets en een zonnebril gekocht hier, en een serie ongestempelde postzegels bij het G.P.O. (general postoffice = hoofdpostkantoor; een zeer groot modern gebouw).
[1] Kustbatterijen.