Spalding, Cowbit Road 45, vrijdag 29 mei 1942 29-05-1942
De Ram Jam Inn
Vrijdag 29 mei 1942 Vanochtend eerst de stad in om mijn haar te laten knippen. Daarna de kassen - greenhouses of glasshouses - bekeken waar de tomatenstruiken al aardig groeiden. ’s Middags met Marie naar Corrie en Jerry en hun woning bekeken, die mooi ingericht was. Die open haarden vinden de Engelsen zo gezellig maar ik vind dat het dicht bij het vuur warm is en verderop in de kamer koud. Het is wel een aardig gezicht die gloeiende, vlammende kolen maar geef mij maar een Hollandse haard.
Met Marie en Corrie was ik eerst nog naar het kerkhof geweest waar we bloemen hebben gelegd op het graf van oma, de moeder van tante. Dat is vast een Engelse gewoonte, want op veel graven zagen we verse bloemen, meest tulpen.
Zaterdag 30 mei 1942 ’s Ochtends rustig zitten lezen. ’s Middags met oom, tante en Marie per auto, met Marie aan het stuur, naar Bourn en verderop. Getead in de Ram Jam Inn, dicht bij Stanford. Die inn - herberg - was een gezellig ouderwets ingericht hotel met tennisbanen erbij, gelegen in een heuvelachtige, bosrijke streek aan de Great Northern Road van Londen naar Schotland, uit de oude tijd. Deze weg is vrij smal, twee auto’s kunnen elkaar net passeren.
Over de naam van die herberg gaat de volgende legende: er kwam eens een vreemdeling die zich erg aardig voordeed. Toen hij er een tijdje gelogeerd had, zei hij tegen de waardin dat hij uit hetzelfde vat twee soorten bier kon schenken. Ze gingen de kelder in, de vreemdeling boorde een gat in het vat en zei dat de vrouw haar vinger daar in moest duwen -ram. Daarna boorde hij aan de andere kant een gat dat ze met haar andere hand moest dichthouden - jam. De vrouw kon dus niet weg zonder het vat te laten leeglopen. De man vertrok stiekem met de postkoets, zonder te betalen!
Er zijn hier veel prikkeldraadversperringen en militaire terreinen. Zeker allemaal tegen een mogelijke invasie. Om het landen van vliegmachines op vlakke velden te beletten, zie je er overal aan hoge palen draden gespannen, dwars over zo’n veld.
Vanavond ben ik met oom naar de Odeon-bioscoop geweest. Marie had eerst gauw nog wat brood voor ons gesneden en bracht ons er per auto heen omdat het regende. Wij zagen in het bioscoop-nieuws veel over Australië. Toen wij terug waren, was intussen oom Will Chambers teruggekomen van zijn vakantie uit Barton-on-Humber. Hij had de afgelopen nacht nog deels in de schuilkelder doorgebracht. Ik had een paar sigarenaanstekers voor hem meegebracht. Daar zat hij de vorige keer om verlegen.
Dichtbij ooms huis ligt een spoorlijn waar vooral ’s nachts veel goederentreinen passeren; met wagons vol kolen de ene kant op en met lege wagons terug.
Zondag 31 mei 1942 Vanochtend gelezen en wat postzegels uitgezocht (ik had mijn kostbare postzegelverzameling meegenomen om hier achter te laten). Vanmiddag met Will en Marie wat gewandeld. Vanavond was de hele familie gezellig bij elkaar, ook de getrouwde kinderen.
Doneer!
Vrijdag 29 Mei 1942. Vanochtend eerst de stad in om mijn haar te laten knippen. 360 Daarna mrs. Mason bezocht, en de warenhuizen (“greenhouses” of “glasshouses”) bekeken waar de tomatenstruiken al aardig groeiden, eenige van de 11 groote “greenhouses” waren pas met tomaten bezaaid. Des namiddags met marie naar Corrie en Jerry (Grover), hun woning bekeken die mooi ingericht was. Die open haarden in de huizen vinden de Engelschen zoo gezellig, doch ik vind dat het dichtbij het vuur warm is, en verderop in de kamer koud, het is wel een aardig gezicht die gloeiende vlammende kolen, doch geef mij maar een Hollandsche haard! We hebben daar getead, en daarna zijn we nog even naar de familie Wootton geweest, Phillip, Marie’s petekind, en Brian gezien.
Met Marie en Corrie was ik eerst nog naar het 361 kerkhof geweest, bloemen gelegd op het graf van Oma, (mrs. Chambers, de moeder van Marie’s moeder); dat is zeker een Engelsche gewoonte, want op vele graven zagen wij versche bloemen, meest tulpen. Ook zagen wij Mrs. Mason nog op het kerkhof, die gaat veel uit; zij heeft in de vorige oorlog 2 zoons verloren! Tegen supper-tijd (half 10 ’s avonds) waren wij weer thuis.-
Zaterdag 30 Mei 1942. Des ochtends kalm zitten lezen; des namiddags met Oom, tante en Marie per auto, met Marie aan het stuur, naar Bourn, en verderop, getead in de “Ram Jam Inn”, dichtbij Stanford, en daarna door Stanford, en over Market Deeping terug, naar Spalding. Die Ram Jam Inn (= herberg) was een gezellig ouderwetsch ingericht hotel, met tennisbanen erbij, gelegen in een heuvelachtige boschrijke streek aan de “Great Northern Road”(= “de Groote Noordelijke weg” uit 362 de oude tijd, van Londen naar Schotland loopende, doch deze weg is vrij smal, 2 auto’s kunnen elkaar juist passeeren; er waren hier veel prikkeldraadversperringen, pillbones, militaire terreinen, enz. in de buurt, zeker allemaal tegen een mogelijke invasie; om landen van vliegmachines op vlakke velden te beletten zie je er overal aan hoge palen draden over gespannen, dwars over zoo’n veld.).-
Over de naam van die herberg gaat de volgende legende: in de herberg kwam eens een vreemdeling die zich erg aardig en gezellig voordeed, en overal vanaf wist; toen hij er eenige tijd gelogeerd had zei hij tegen de waardin (de waard was toen weg) dat hij uit hetzelfde vat bier, twee soorten kon schenken; zij gingen in de kelder en de vreemdeling boorde een gat in het vat en zei dat de vrouw haar vinger daar in moest duwen (”ram”), daarna 363 boorde hij aan de andere kant van het vat een ander gat, en daar moest zij met haar andere hand dit gat dichthouden (“jam”); de vrouw kon dus niet weg zonder het vat te laten leegloopen; hij zei nu dat hij naar boven moest om nog wat te halen, doch hij vertrok stiekum met zijn klaar gezette bagage met de postkoets, zonder te betalen!-
Vanavond ben ik met oom naar de Odeon-bioscoop geweest; Marie had eerst gauw nog wat brood voor ons gesneden, en bracht ons per auto heen, daar het regende. Wij zagen in het bioscoop-nieuws veel over Australië. Toen wij uit de bioscoop terug waren, was intusschen oom Will Chambers teruggekomen van zijn vacantie uit Barton-on-Humber, hij had de afgeloopen nacht nog gedeeltelijk in de schuilkelder doorgebracht. Ik had eenige sigaren aanstekers (Eng. “lighters”) voor hem meegebracht, waar hij vorige keer om verlegen was.-
364 Hier bij Oom’s huis is een spoorlijn dichtbij, waar vooral ’s nachts veel goederentreinen passeeren, met wagons vol kolen de eene kant op, en met leege wagons terug.-
Zondag 31 Mei 1942. Vanochtend gelezen, wat postzegels uitgezocht (ik had mijn kostbare postzegelverzameling meegenomen om hier achter te laten). Vanmiddag met Will en Marie wat gewandeld. Vanavond was de geheele familie gezellig bij elkaar, ook de getrouwde kinderen. Door Eileen Dinsdag op tea genoodigd.