Colombo, zaterdag 23 augustus 1941 23-08-1941
Durban - Colombo
Kaki shorts en kniekousen
Zaterdag 23 augustus 1941 Ik zit vanavond te schrijven, de poorten zijn dicht voor de blackout - verduistering - dus ik zit gewoon te drijven van het zweet. Ik heb mijn hangmat met dekens, lakens en kussens opgetuigd op de onderbrug om daar vannacht onder de zonnetent te slapen, want de laatste nachten heb ik door de warmte erg slecht geslapen. Je ligt nakend in je kooi op het laken, zonder dek en de twee poorten open en toch was het niet uit te houden: je drijft weg van het transpireren. De laatste week ben ik elke middag aardig aan het zonnebaden geweest.
Oorlogsnieuws Met de Russen gaat het niet zo goed, die trekken terug in de Oekraine.
Nu maar mijn pyjama aangetrokken en onder de wol. Dag!
Zondag 24 augustus 1941 Weer droevige herinneringen vandaag, omdat dit pa’s verjaardag zou zijn geweest. De zon straalde vandaag weer fel uit een bijna heldere tot licht bewolkte hemel. Vanmiddag zijn we het zeventig mijl brede Achtgraadskanaal gepasseerd, dat ligt tussen het eiland Minicoy en de Ihavandhippolhu Atol, het noordelijkste atol van de Maladiven. Minicoy wordt meestal gerekend tot de Laccadiven, hoewel het door het Negengraadskanaal gescheiden is van het eiland Kalpeni, het meest zuidoostelijke eiland van de eigenlijke Laccadiven. Minicoy ligt honderdtien mijl zuidzuidwestelijk van Kalpeni. We voeren op tien mijl afstand van de atol, waarvan we een aantal lage met palmbomen begroeide eilandjes zagen. Dit zijn allemaal door koraaldiertjes gebouwde eilandjes die in een kring liggen, genaamd atol, waarbinnen zich de lagoon - een soort meer - bevindt. We stelden daarna koers recht op Colombo, 92° zuidwestelijk.
Vanavond begonnen aan een brief naar u - geadresseerd aan de Draaisma's - en een brief naar Marie. Ik zit gewoon te drijven van het zweet terwijl ik schrijf: de temperatuur is 33°, geen zuchtje wind en alle poorten dicht voor de blackout. Churchill hield vandaag zijn grote radiorede die een waarschuwing aan Japan bevatte.
Dinsdag 26 augustus 1941 Hedenochtend in Colombo gearriveerd. De schepen liggen nu met de kop om de west op de boeien, in tegenstelling met vorige reis. Dit in verband met de westmoesson. De zuidwestmoesson loopt van ongeveer mei tot oktober. Tijdens de noordoostmoesson liggen de schepen met de kop om de noord. De noordoostmoesson waait van ongeveer oktober tot april. We lossen hier onze lading, waaronder 1077 rugzakken post van Engeland en veertien zakken post van Durban, alles bestemd voor Indië en Ceylon, en laden olie.
Ik heb weer wat kleren gekocht: twee witte shorts, een kakhi short, twee paar kakhi kousen, twee paar witte kousen, drie schillerhemden, een lichte zonnebril, een kleine langwerpige spiegel en een zwembroekje. Verder koop ik de laatste tijd veel postzegels, zowel gestempelde als ongestempelde, in de diverse havens. Ik hoop dat we die later, wanneer de oorlog voorbij en gewonnen is, nog eens samen gezellig kunnen uitzoeken. We dragen in Colombo nu korte witte of kakhi broekjes - de zogenaamde shorts - wat hier in Indië de algemene dracht is. Daarom heb ik ze dan ook gekocht. En hier horen natuurlijk witte kakhi kniekousen bij.
Vrijdag 29 augustus 1941 Met een stel mensen van de bemanning met boot nummer 1 aan het roeien geweest. Er werd weer dag en nacht gelost. Het laden verloopt hier tamelijk verward omdat er geen papieren zijn en we niet weten hoeveel lading er is in elk ruim.
Doneer!
Zaterdag 23 augustus 1941. Ik zit vanavond te schrijven, de poorten zijn dicht voor de “black-out” dus ik zit gewoon te drijven van het zweet. Ik heb mijn hangmat met 133 dekens, lakens en kussens opgetuigd op de onderbrug om daar vannacht te slapen, onder de zonnetent, want de laatste nachten heb ik erg slecht geslapen door de warmte. Je ligt nakend in je kooi, op het laken, zonder dek, en de twee poorten open, en toch was het geen uithouden, je drijft weg van het transpireeren!- De laatste week ben ik aardig aan het zonnebaden geweest elke middag.-
Met de Russen gaat het niet zoo goed, die trekken terug in de Oekraine-
Nu maar mijn pyjama aangetrokken en onder de wol! Dag!.
Zondag 24 augustus 1941. Weer droevige herinneringen vandaag, daar dit Pa’s verjaardag zou zijn geweest. De zon straalde vandaag weer fel uit een bijna helder tot licht bewolkte hemel. Vanmiddag zijn wij het “acht graads-Kanaal” gepasseerd, dat 70 mijl breed is, en ligt tusschen het eiland Minikoi, en de Ihavandiffulu-Atol (dat ‘t 134 Noordelijkste is van de Maladiven). Minikoi wordt meestal gerekend tot de Lakadiven, ofschoon het door het “negen-graads-Kanaal" gescheiden is van Kalpeni Eiland dat het meest zuidoostelijke is van de eigenlijke Lakadiven; Minikoi ligt 110 mijl Z.Z.W. van Kalpeni Eiland . Wij voeren op ±10 mijl afstand van de Ihavandiffulu-Atol waarvan we een aantal lage met palmbomen begroeide eilandjes zagen; dit zijn hier allemaal eilandjes, gebouwd door koraaldiertjes, die in een kring liggen genaamd "atol" waarbinnen zich de "lagoon" (= soort meer) bevindt. Wij stelden daarna koers recht op Colombo (92° z.w.)
Vanavond begonnen aan een brief naar u (geadresseerd aan Draaisma) en een brief naar Marie. Ik zit gewoon te drijven van het zweet terwijl ik schrijf, de temperatuur is 92 graden Fahrenheit, en geen zuchtje wind, en alle poorten dicht voor de "black-out". Churchill houdt vandaag zijn groote radiorede; deze rede bevatte o.a. een waarschuwing aan Japan.
Dinsdag 26 augustus 1941. Hedenochtend in Colombo gearriveerd. De schepen liggen nu met de kop om de West op de boeien, in tegenstelling met vorige reis; dit in verband met de West-moesson (ZW.-moesson heerscht ongeveer Mei-October; tijdens de NO.-moesson liggen de schepen met de kop om de Noord - zie blz. 62 - de N.O. moesson is ongeveer October-April). Wij lossen hier onze lading (voetnoten: verder de Colombo nog 1077 rugzakken post van Engeland en 14 zakken borst van Durban ontscheept, alles voor Indië en Ceylon bestemd.-) en laden olie.
Ik heb weer wat kleeren gekocht: 2 witte shorts, een kakhishort, 2 pr. kakhikousen, 2 pr. witte kousen, 3 Schillerhemden, een lichte zonnebril, en een kleinere langwerpige spiegel, en een zwembroekje. Verder koop ik de laatste tijd veel postzegels, zowel gestempelde als ongestempelde, in de diverse havens, en ik hoop dat wij die later, wanneer de oorlog voorbij en gewonnen is, nog eens samen gezellig kunnen uitzoeken. Wij hebben het erg warm gehad te Colombo, en dragen nu korte witte of kakhibroekjes (z.g. shorts"), hetgeen hierin Indië de algemene dracht is, reden waarom ik ze dan ook gekocht heb, en hier horen natuurlijk witte kakhi-kniekousen bij.
29 Augustus ben ik nog met een stel mensen van de bemanning met boot nummer één aan het roeien en zeilen geweest. Er werd hier dag en nacht gelost; de lading is tegenwoordig tamelijk verward omdat er geen papieren van zijn en wij nooit weten hoeveel er is in elk ruim.