Methil, zondag 8 september 1940 08-09-1940
Clyde - Methil (Firth of Forth)
Een Hotchkiss gun
Zondag 8 september 1940 We ankerden bij Methil, een grote bunkerhaven aan de noordelijke oever van de Firth of Forth. Hier wachtten we op orders en op een konvooi. In de verte zagen we de beroemde, grote spoorbrug die de Firth of Forth overspant, de Forth Bridge van ruim achtduizend voet lang.
De eerste avond in Methil werd de Stad Vlaardingen, een heel groot Hollands schip dat dicht bij ons in de buurt voor anker lag, door een Duits vliegtuig met een luchttorpedo getorpedeerd waarna het schip begon te zinken en door een Noorse torpedojager naar de wal gesleept moest worden. Daarbij werd de Nederlandse stoomboot Algorab aangevaren. De schepen voerden geen lichten in verband met de oorlog. Om zinken te voorkomen werden beide schepen aan de grond gezet. Later zijn ze in het droogdok in Leith opgenomen voor reparatie. De Algorab was in ons konvooi vanaf Freetown en kon toen nog slechter meekomen dan wij. De Stad Vlaardingen zat in ons konvooi vanaf de Clyde. We hadden van het hele torpederen niets gemerkt maar hoorden het later.
Wat bewapening betreft hadden we in Belfast een Hotchkiss gun gekregen, een machinegeweer tegen luchtaanvallen.
Na een paar dagen wachten, kregen we orders om naar Hull te gaan om te lossen. Dit omdat Londen vaak werd gebombardeerd. Dus vertrokken we 12 september met een klein konvooi uit Methil naar Hull. De route langs de oostkust was helemaal beboeid. Onze orders luidden om bij een ontmoeting met een vijandelijk invasiekonvooi te proberen zoveel mogelijk vijandelijke schepen te rammen.
Doneer!
8 September ankerden wij bij Methil (een groote bunkerhaven aan de Ne oever van de Firth of Forth.) Wij wachtten hier op orders en op convooi. In de verte zagen wij de beroemde groote spoorbrug die de Firth of Forth overspant (Forth Bridge, ruim 8000 voet lang).
De eerste avond dat wij bij Methil lagen, werd de “Stad Vlaardingen”, een heel groote Hollandsche boot die dicht bij ons ten anker lag, door een Duitsche vliegmachine met een luchttorpedo getorpedeerd [1], waarna dit schip begon te zinken en door een Noorsche torpedobootjager naar de wal gesleept moest worden, waarbij de Nederlandsche stoomboot “Algorab” aangevaren werd [2], zoodat beide schepen aan de grond gezet moesten worden, om zinken te voorkomen. Later zijn beide schepen in 28 het droogdok te Leith opgenomen voor reparatie. De “Algorab” was met ons vanaf Freetown samen in een convooi geweest, en kon nog slechter meekomen dan wij, terwijl de “Stad Vlaardingen” in ons convooi vanaf de Clyde was. Wij hadden van het heele torpedeeren niets gemerkt maar hoorden het later.
Wat bewapening betreft, hadden wij te Belfast een Hotchkiss-gun (machinegeweer) gekregen tegen luchtaanvallen.
Na eenige dagen wachten kregen wij orders naar Hull te gaan om te lossen, omdat London teveel aan luchtbombardementen onderhevig was, en dus vertrokken wij 12 September met een klein convooi uit Methil naar Hull. De route langs de Oostkust was geheel beboeid en onze orders waren om als wij een vijandelijk invasie-convooi 29 ontmoetten, te trachten zooveel mogelijk vijandelijke schepen te rammen.
[1] Zie bl. 271.
[2] De schepen voerden nl. géén lichten in verband met de oorlogstoestand.-