Pentland Firth, zondag 25 augustus 1940 25-08-1940
Storm bij de Pentland Firth
Zondag 25 augustus 1940 We vertrokken in ons eentje van de rede van Bangor. In de baai moesten we eerst nog het kompas stellen met de demagnetiseringskabel, aan en uit. Daarna lagen we nog drie uur voor anker vlak bij het haventje Donaghadee. Het was een mooie, kalme zomeravond en er voeren veel plezierroeibootjes om ons heen.
’s Nachts staken we over naar de Clyde. We werden op de rede van de Rothesaybaai eerst onderzocht en ingeklaard. We ankerden op 26 augustus tegen de middag in Loch Long, dat helemaal door bergen is omringd en waar af en toe verraderlijke, plotselinge valwinden voorkomen. Zeilen kan hier dus niet. Maar in Freetown hebben Scheurkogel, de derde stuurman, en ik nog met de reddingsboten gezeild.
Boven de Clyde zag ik hier voor het eerst versperringsballonnen of barrageballoons. Die zou ik later, bijvoorbeeld in Hull en in Liverpool, nog vaak zien.
Donderdag 29 augustus 1940 We hebben, varend over de zogenaamde range de demagnetiseringskabel getest en wachtten daarna weer op een vertrekkend konvooi. Onze lading was nu bestemd voor Londen. Die range was in de buurt van Greenock. Een prachtige omgeving wat natuurschoon betreft. Maar daar let je met die oorlog maar weinig op.
Donderdag 5 september 1940 We vertrokken weer in konvooi uit Loch Long. We zagen in Rothesaybaai de Volendam van de Holland-Amerika Lijn liggen, aan de grond gezet. Het schip was, met driehonderd schoolkinderen aan boord en op weg naar Noord-Amerika, getorpedeerd maar gelukkig blijven drijven en binnengesleept. Alle kinderen waren behouden.
Ik heb op 4 september 1940 vanaf de Clyde een luchtpostbrief gestuurd naar meneer Hirschfeld, de vertegenwoordiger van de Koninklijke Hollandse Lloyd in Buenos Aires, met het verzoek een ingesloten brief naar u in Heemstede te sturen. Daarbij had ik Argentijnse postzegels voor een antwoord per luchtpost ingesloten. Die brief heeft u op 4 november 1940 ontvangen.
Ons konvooi voer vanaf de Clyde door Little Minch en The Minch, dus tussen de Inner- en Outer Hebrides door. Langs Cape Wrath, de noordwestelijke punt van Schotland. Daar branden alleen de belangrijkste vuurtorens, op bepaalde tijden en meestal zo’n vijf minuten. We zagen langs de Schotse noordkust ’s nachts veel stoomtrawlers met lichten op. We gingen door de Pentland Firth, tussen Schotland en de Orkney Eilanden bij Scapa Flow en Kirkwall. We kwamen daar een Engelse onderzeeër tegen. Bij de Pentland Firth loopt de getijstroom precies tegen de behoorlijk hoge westelijke deining in en dat veroorzaakt hier altijd storm. De Eemland ging dan ook aardig tekeer.
Doneer!
25 Augustus 1940 vertrokken wij op onze eentje van Bangor-reede; eerst moesten wij in de baai nog kompas stellen met de degaussing aan, en degaussing afgezet; daarna lagen wij nog drie uren ten anker vlak voor het haventje Donaghadee; dit was een mooie kalme zomer-Zondagavond, en vele pleizier-roeibootjes voeren om ons heen.
Des nachts staken wij over naar de Clyde, wij werden eerst ter reede Rothesay-baai onderzocht en ingeklaard, en ankerden 26 Augustus tegen den middag in Loch Long, dat geheel door bergen omringd was en waar af en toe verraderlijke plotselinge valwinden voorkwamen. Gezeild kon hier dus niet worden. Te Freetown waren Scheurkogel (de 3e stuurman) en ik echter nog met de reddingbooten wezen zeilen.
25 Hier boven de Clyde zag ik voor het eerst de versperringsballons (“barrage-balloons”) die ik later nog zooveel zou zien, b.v. te Hull en te Liverpool.
29 Augustus beproefden wij de degaussing over de z.g. “range”, en wachtten daarna weer op een vertrekkend convooi. Onze lading was nu bestemd voor Londen. Die “range” was nabij Greenock; een prachtige omgeving wat natuurschoon betreft, maar waar je met die oorlog maar weinig op lette.
5 September 1940 vertrokken wij weer uit Loch Long, in convooi. Wij zagen toen de “Volendam” van de Holland-Amerika Lijn aan de grond gezet in Rothesay-baai; hij was met 300 schoolkinderen op weg naar Noord-Amerika, getorpedeerd, maar 26 gelukkig blijven drijven en binnen gesleept. De kinderen waren allen behouden.
Ik had 4 Sept. 1940 vanuit de Clyde een luchtbrief gestuurd naar mijnheer Hirschfeld, de vertegenwoordiger van de Kon. Holl. Lloyd te B.Aires, met verzoek een ingesloten brief naar Heemstede naar U te sturen; Argentijnse postzegels voor antwoord per luchtpost had ik ingesloten. (deze brief heeft U 4 November 1940 ontvangen!).
Ons convooi voer vanuit de Clyde door Little Minch en The Minch (dus tusschen Inner- en Outer Hebrides door), langs Cape Wrath (de NW. punt van Schotland). [1] Langs de Schotsche Noordkust zagen wij ’s nachts veel stoomtrawlers met lichten op. Wij gingen door de Pentland Firth [2] (tusschen Schotland en de Orkney-Eilanden bij Scapa Flow en Kirkwall), waar de getijstroom juist tegen de vrij hooge We deining 27 inliep hetgeen hier altijd stormweer veroorzaakt in de Pentland Firth, zoodat de “Eemland” aardig tekeer ging.
[1] Alleen de voornaamste vuurtorens brandden hier, en dan meestal alleen nog op bepaalde tijden, meest gedurende 5 min.
[2] Kwamen daar een Engelsche onderzeeër tegen.