Liverpool, zaterdag 5 oktober 1940 05-10-1940
Vrij Nederland, het nieuwe Hollandse weekblad
Zaterdag 5 oktober 1940 Na afscheid te hebben genomen, verliet ik de Eemland met twee grote zeekisten, een zak en een handkoffertje als bagage. Mijn fototoestel was nog het lastigste om mee te nemen omdat dit onder douanezegel moest worden vervoerd. Nadat ik met een roeibootje aan wal was gebracht, ging ik per auto naar het Paragon Station. Ik huurde een porter - kruier - en ik kreeg op vertoon van het gisteren gehaalde bewijs van de Zeemansbond een spoorkaartje. Om negen uur vertrek uit Hull, waarna ik zonder overstappen, via Brough, Selby, Leeds, Huddersfield en Manchester naar Lime Street Station in Liverpool reisde.
We passeerden heuvels en tunnels. Van schade door luchtaanvallen was niets te zien. De trein zou om 12.44 uur in Liverpool aankomen maar het werd half twee. Weer een kruier besteld en daarna een taxi waarmee ik eerst naar de politie en emigratie reed. Dit laatste bureau was net gesloten, dus daar ben ik later nog een keer naar toe gegaan. Vervolgens bij het havengebouw gevraagd waar de Salland lag: dat bleek in het Canada Dock te zijn. Toen eindelijk aan boord. Daar sprak ik eerst met eerste officier Visser.
Ook op de Salland werd gewerkt aan de bewapening. Het was op dezelfde dag dat de Eemland in Hull arriveerde vanuit Zuid-Amerika aangekomen. Er vielen toen bommen dicht bij het schip in de rivier. De boot was nu leeg en het wachten was op de turbine die in reparatie was. Zodoende bleven we hier nog een hele tijd waarbij we een paar maal van ligplaats moesten veranderen. Ik heb hier de Montferland bezocht, eerste officier Gomes gesproken en ben met derde officier Mul een paar keer uit geweest. U kent Mul toch wel? Hij is een paar keer bij ons op bezoek geweest in Heemstede. Hij woont in Haarlem.
Vreemd zo ’s avonds: alles stikdonker op straat. Hier waren ’s nachts regelmatig luchtraids waarbij dan het afweergeschut in actie kwam. De shrapnells - scherven - waren gevaarlijk. Ze vielen in de haven en in de straten. Ik heb er een paar stukken van bewaard. Een keer hoorde ik een bom fluiten, maar er gebeurde niets. In de stad zijn verschillende woonhuizen en winkels verwoest maar in de haven was alles nog in orde. Bij de Town Hall - stadhuis - staan de namen van de slachtoffers aangeplakt. In theaters en bioscopen wordt het publiek gewaarschuwd als er een airwarning - luchtalarm - is zodat men de zaal kan verlaten en een schuilkelder opzoeken. Ik heb in het Empire Theater Richard Tauber horen en zien spelen in het stuk van Lehar: Das Land des Lachelns. Maar het was allemaal in het Engels. Hij zong onder andere het beroemde Thou are my heart’s delight - Dein ist mein ganzes Herz - wat hij een paar keer moest herhalen.
Mijn bridgecoat, die nog niet klaar was, is door de kleermaker uit Hull nagestuurd. Het is een heel mooie jas. Iedereen bewonderde hem. Ik heb hier ook nog noodzakelijke dingen bijgekocht: een polshorloge omdat mijn klokje thuis was - is dat glas nog gerepareerd? - een nieuwe blauwe pet, wat ondergoed, overhemden, boorden, sokken, sokkenhouders, wasdoekjes, een schilderijtje voor in de hut - een vredig landschapje - een paar lage zwarte schoenen en wat boeken. Ze hebben hier ook een Hollandse Lloydmonogram voor mijn pet gemaakt. Is mijn gouden horloge nog thuis? Ik heb ook een abonnement genomen op Vrij Nederland, het nieuwe Hollandse weekblad.
Het tweede deel van de Merchant Navy Defence Course volgde ik hier - op de Eaglet, een oefenschip - van 28 oktober tot en met 1 november 1940. Na afloop kregen we een soort diploma. Op de cursus was ook eerste stuurman Voorthuyzen van de Edam, van de Holland Amerika Lijn. Hij is een oudere broer van leerling Voorthuyzen met wie ik jaren geleden op de Gaasterland op West-Afrika voer. Tussen de middag gingen we samen met zijn derde stuurman, die ook op cursus zat, ergens eten. Liverpool is een heel grote stad. De havenbuurt is erg smerig zoals gewoonlijk in Engeland. De havens vormen een lange rij maar de verbinding ertussen is heel gemakkelijk omdat de elektrische bovengrondse spoorweg - overhead - langs de hele haven loopt.
Ik houd nu voortdurend briefwisseling met Spalding en probeer dat ook tijdens mijn de reizen te doen. Maar wat post betreft zijn de verbindingen erg slecht. Ik heb op 7 oktober 1941 de eerder besproken honderdtien pond gestort op de National Provincial Bank in Liverpool op de rekening van C. Slooten in Spalding en kreeg al snel bericht terug van Marie dat het in goede orde was ontvangen. Later heb ik nog een brief geschreven die voor u is bestemd als er iets met mij zou gebeuren. Marie schreef dat die in hun safe is opgeborgen en dat ze hopen dat die brief nooit hoeft te worden gebruikt.
Ik heb voor de eerste officier bij oom Cor nog twaalf dozijn bollen besteld voor een dame in Londen, die daar erg blij mee was.
Nog steeds geen bericht van u. Ik had alweer een paar brieven verzonden in de hoop dat een daarvan u zal bereiken.
Maar eindelijk kreeg ik toch bericht van u, via Hilda. Daar was ik erg blij mee. Ik schreef direct naar Spalding dat ook tante Immetje en Louw het goed maakten. Daar waren ze in Spalding ook heel blij mee. Ik heb daarna op allerlei manieren geprobeerd u zo gauw mogelijk gerust te stellen. Ik schreef op 12 november uit Liverpool een luchtpostbrief naar de Draaisma’s in New York. Die brief kreeg ik later terug van de censor: je mag alleen via Cook met de vijandelijke landen schrijven. Op 18 november probeerde ik het uit Glasgow opnieuw via Draaisma en ook via het Rode Kruis. En op de 19e november stuurde ik een brief via reisbureau Cook, met het verzoek aan u om terug te schrijven via Lissabon, Portugal, waar Cook het dan weer doorstuurt naar Wm. Muller in Londen. Zou één van die brieven u bereiken?
Doneer!
Zaterdag 5 October ’40 verliet ik dan na afscheid van de menschen, de “Eemland” 49 met 2 groote zeekisten, 1 zak en 1 handkoffertje. Mijn fototoestel was nog het lastigste mee te nemen omdat dit onder douanezegel vervoerd moest worden. Ik stapte in een roeibootje, en vandaar met een auto naar het station. (Paragon-station). Aldaar een kruier (“porter”) gehuurd, mijn bagage werd gewogen, en ik kreeg op vertoon van het bewijs van de Zeemansbond dat ik gisteren gehaald had, een spoorkaartje. Ik kon in dezelfde trein blijven, 9 uur vertrek Hull, daarna via Brough, Selby, Leeds, Huddersfield, Manchester naar Liverpool (Lime Street).
Wij passeerden verscheidene heuvels en tunnels, doch van luchtaanval-schade was niets te zien. Om 12.44 uur moest de trein te L’pool zijn, doch het werd half twee. Ik weer een kruier, en een taxi, waarmee eerst naar de politie, emigratie (deze was juist gesloten, dus later hier terug), en toen naar het havengebouw vragen waar de “Salland” lag; dat was in het Canada-50 Dock. Eindelijk aan boord. Sprak hier het eerste de 1e officier T. Visser.
Ook hier werd gewerkt aan de bewapening. De boot was vanuit Zuid-Amerika hier aangekomen op dezelfde dag dat wij met de “Eemland” te Hull arriveerden (zie bldz. 29), maar er vielen hier toen bommen dicht bij het schip, op de rivier. De boot was nu leeg doch het wachten was op de turbine die in de reparatie was. Zoodoende bleven wij nog een heele tijd hier liggen, waarbij we eenige malen van ligplaats moesten veranderen. Ik heb hier de “Montferland” bezocht, 1e officier J. Gomes aangesproken en met 3e off. Mul.
Het tweede deel van de Merchant Navy Defence Course (het 1e had ik reeds te Hull gedaan, zie bldz. 30 en 31) volgde ik hier van 28 October t/m 1 November 1940, op de “Eaglet”, een oefenschip. Na afloop kregen wij een soort diploma. Op deze zelfde cursus was ook toevallig de 1e stuurman van de “Edam” van de Holland-Amerika Lijn, Voorthuyzen geheeten; hij was een oudere broer van de leerling Voorthuyzen waarmee ik jaren geleden met de “Gaasterland” op West-Afrika voer. Wij gingen altijd tusschen de middag samen met zijn 3e stuurman die ook de cursus 53 volgde, hier of daar eten. Liverpool is een heel groote stad, de havenbuurt is erg smerig zooals gewoonlijk in Engeland. De havens vormen één lange rij, maar de verbinding is erg gemakkelijk doordat de electrische bovengrondsche (“overhead”) spoorweg (loopt over een hoog viaduct boven de straten) langs de geheele haven loopt.
Ik houd nu voortdurend briefwisseling met Spalding, en tracht dat ook gedurende de reizen te doen, maar daar zijn de verbindingen erg slecht, wat de post betreft. Ik heb 7 October 1941 de reeds besproken 110 pound gestort op de National Provincial Bank te Liverpool, op de rekening van C. Slooten te Spalding, en kreeg spoedig bericht terug van Marie dat het in goede orde ontvangen was. Later heb ik nog een brief geschreven, voor U bestemd indien er iets met mij zou gebeuren, welke brief, zooals 54 Marie schreef, in hun safe is opgeborgen, maar zij hopen dat het niet noodig zal zijn die brief ooit te gebruiken. (zie bladz. 4).
Ik heb voor de 1e officier hier nog bollen besteld voor een dameskennis van hem te London, bij Oom Cor, waarmede deze dame, Mrs. Clark, erg blij was (12 dozijn bollen voor: Mrs. Alice Clark, 100 Ladysmithroad-Enfield-MDdx).
Nog steeds geen bericht van U; ik had alweer eenige brieven verzonden in de hoop dat één daarvan U zal bereiken, op
27 October 1940 zond ik b.v. een brief via reisbureau Cook, met verzoek terug te schrijven naar W. Slooten Postbox 506 Lissabon, Portugal, en naar het oude adres te B. Aires een vliegbrief.
Maar eindelijk kreeg ik toch bericht van u, via Hilda. Daar was ik erg blij mee. Ik schreef direct naar Spalding dat ook tante Immetje en Louw het goed maakten. Daar waren ze in Spalding ook heel blij mee. Ik heb daarna op allerlei manieren geprobeerd u zo gauw mogelijk gerust te stellen. Ik schreef op 12 november uit Liverpool een luchtpostbrief naar de Draaisma’s in New York. Die brief kreeg ik later terug van de censor: je mag alleen via Cook met de vijandelijke landen schrijven. Op 18 november probeerde ik het uit Glasgow opnieuw via Draaisma en ook via het Rode Kruis. En op de 19e november stuurde ik een brief via reisbureau Cook, met het verzoek aan u om terug te schrijven via Lissabon, Portugal, waar Cook het dan weer doorstuurt naar Wm. Muller in Londen. Zou een van die brieven u bereiken?