Belfast, vrijdag 2 augustus 1940 02-08-1940
Freetown - Belfast Lough
Weer geen bericht uit Holland
Vrijdag 2 augustus 1940 ’s Ochtends ging ik met kapitein Braun en eerste machinist Staal naar het conferentieschip, de Edinburgh Castle, en diezelfde middag ging ons konvooi naar zee. Er waren ongeveer veertig schepen onder geleide van de kruiser Delhi. Bij de Kaap Verdische Eilanden kwamen er er nog zo’n tien schepen bij, die hadden in Sint Vincent gebunkerd. We waren op uw verjaardag dus in konvooi op weg naar Engeland. De reis verliep gelukkig zonder wederwaardigheden. Alleen hadden we grote moeite om het konvooi bij te houden en ook onze kolenvoorraad liep veel te snel terug: we kwamen met maar vijftien ton kolen in Belfast aan. Het schip was door het lange verblijf in Freetown namelijk sterk aangegroeid en liep daardoor slecht. En dus konden we in dit negen mijls konvooi maar met veel moeite meekomen. Vanaf Buenos Aires richting Freetown liepen we met gemak, en niet eens op volle kracht, tien mijl.
Een paar maal werd een schip dichtbij ons konvooi getorpedeerd. Dit hoorde ik dan via de radio. Ten noorden van Ierland - de zuidelijke ingang van de Ierse Zee lag vol mijnen - raakte het konvooi in dichte mist uit elkaar. Maar de volgende dag waren de meeste schepen weer terug.
Dinsdag 20 augustus 1940 We ankerden voor de rede van Bangor in Belfast Lough. Hier ontvingen we diverse berichten en instructies uit Londen, waaronder van meneer Nadort die superintendant was geworden. Hij was als kapitein van de Westland na de invasie uit Amsterdam gevlucht. Het schip werd onderweg door Duitse vliegtuigen met bommen en mitrailleurs bestookt, maar het kwam veilig in Engeland aan.
We zagen hier de Prinses Beatrix liggen van de Maatschappij Zeeland, die in dienst van de Engelse regering voer. Het had vluchtelingen uit Frankrijk gehaald en Engelse troepen naar IJsland gebracht. Van 22 op 23 augustus lagen we in Belfast aan de kade om kolen te bunkeren.
Zaterdag 24 augustus 1940 Dit zou dus pa’s verjaardag geweest zijn. Op de rede van Bangor werd onze - voorlopige - demagnetiseringskabel aangebracht. Die is een bescherming tegen magnetische mijnen. Op uw verjaardag voer ik net in mijn eerste konvooi.
In Belfast waren eindelijk berichten uit Holland binnengekomen, voor kapitein Braun, eerste stuurman Zaal en eerste machinist Staal. Alles was bij hen thuis gezond en wel. Voor mij was er nog geen niets: de spanning bleef.
De Delhi, die we als escorte hadden, werd na een paar dagen vervangen door de hulpkruiser Maloja. Het schip voer ‘s nachts meestal achter het konvooi en overdag ervoor of rondom. Soms zigzagde het konvooi. De Maloja werd op zijn beurt bij de Ierse kust afgelost door 24 destroyers en een aantal vliegtuigen: het coastal escort.
Doneer!
2 Augustus 1940 des ochtends ging ik met kapitein C.F. Braun, 1e machinist Staal, naar het conferentieschip de “Edinburgh Castle” en diezelfde namiddag ging ons convooi in zee, ongeveer 40 schepen onder geleide van de kruiser “Delhi”, [1] terwijl bij de Kaap Verdische Eilanden nog ongeveer 10 schepen er bijkwamen, die in Sint Vincent gebunkerd hadden. [2] De reis verliep gelukkig zonder wederwaardigheden. Alleen hadden wij groote zorg en moeite om het convooi bij te houden, terwijl ook de kolenvoorraad veel te snel verminderde, wij kwamen met slechts ± 15 ton kolen te Belfast aan. Het schip was nl. door het langdurig verblijf te Freetown sterk 22 aangegroeid en liep daardoor slecht, en zoo konden wij dit 9-mijls-convooi slechts met groote moeite bijhouden. Voor Freetown vanaf Buenos Aires komende hadden wij met gemak 10 mijl geloopen, niet eens volle kracht draaiende.
Een paar malen werd een schip dichtbij ons convooi getorpedeerd, dit hoorde ik dan door de radio. BeNoorden Ierland (de Ze ingang van de Iersche Zee was afgemijnd) [3] raakte het convooi in dikke mist uit elkander maar de volgende dag waren de meeste schepen weer bij elkaar.
20 Augustus 1940 ankerden wij ter reede Bangor, in Belfast Lough. Hier ontvingen wij verschillende berichten en instructies uit London, o.a. van den heer J. Nadort die superintendant geworden was (hij was als kapitein van de “Westland” na de invasie uit A’dam gevlucht waarbij het schip door Duitsche vliegers met bommen en mitrailleurs bestookt werd, maar kwam veilig in Engeland).
23 We zagen hier de “Prinses Beatrix” van de Mij Zeeland, die in dienst van de Engelsche regeering waren [4].
22 op 23 Augustus lagen wij te Belfast aan de kade om kolen te bunkeren, en 24 augustus werd onze voorloopige Degaussing-kabel aangebracht op de reede van Bangor. (dat zou dus Pa’s verjaardag geweest zijn; op Uw verjaardag was ik juist in mijn eerste convooi). (De Degaussing-kabel is een bescherming tegen magnetische mijnen).
Te Belfast waren eindelijk berichten uit Holland gekomen, o.a. voor kapitein Braun, 1e stuurman Zaal en 1e machinist Staal; alles was bij hun gezond. Voor mij was er nog niets, de spanning bleef!
De “Delhi” die wij als escorte hadden gehad, was na eenige dagen vervangen door de hulpkruiser “Maloja” [5] die op zijn beurt nabij de Iersche kust afgelost werd door 24 destroyers en vliegtuigen, het z.g. “coastal escort”.
[1] Zie bldz. 23.
[2] Dus op Uw verjaardag waren wij op weg naar Engeland in convooi.
[3] Zie bldz. 1522.
[4] Zij hadden vluchtelingen uit Frankrijk gehaald, en Engelsche troepen naar IJsland gebracht
[5] Deze hulpkruiser voer ‘s nachts meest achter het convooi, en overdag vòòr of rond het convooi. Het convooi zigzagde soms.